Vandermark.com

BTW EN VASTGOED, BELANGRIJKE HOGE RAAD UITSPRAAK

De Hoge Raad heeft eind vorige week een belangrijke uitspraak gedaan op het gebied van de btw bij vastgoed.

Volgens de fiscale regelgeving kan vastgoed met btw verhuurd worden, indien de verhuurder btw plichtig is. Voordeel voor de vastgoedeigenaar is dat de btw op de kosten van het pand teruggevraagd kunnen worden.

Bij bouw- of aanschaffingskosten van een pand kan de btw worden teruggevraagd waarbij een herzieningsperiode geldt van tien jaar. Dat kan inhouden dat aanvankelijk volledig verrekende btw in een later jaar alsnog voor een deel moet worden terugbetaald, dan wel dat aanvankelijk niet te verrekenen btw in een later jaar wel gedeeltelijk kan worden geclaimd.

Tot de uitspraak van de Hoge Raad was het onduidelijk in hoeverre het terugvragen van btw ook mogelijk is indien een pand (gedeeltelijk) leeg staat. Immers, het pand wordt dan niet verhuurd aan een btw plichtige verhuurder.

De Hoge Raad oordeelde dat de belastingplichtige in het jaar dat het kantoorpand leegstaat recht heeft op teruggaaf van btw.

De casus

Belastingplichtige, ondernemer voor de omzetbelasting, laat een kantoorpand bouwen dat hij een aantal jaren vrijgesteld van omzetbelasting verhuurt. Volgend op die periode staat het pand, nog gedurende de herzieningsperiode, een aantal jaren leeg. Enige jaren later wordt het pand weer verhuurd, ditmaal belast met omzetbelasting.

De discussie betreft of belastingplichtige voor het herzieningsjaar 2010, waarin het pand leeg staat, terecht aanspraak maakt op aftrek/teruggaaf wegens herziening van 1/10e deel van de bij ingebruikneming van het pand verschuldigde omzetbelasting (herziening initiële aftrek), die destijds vanwege het vrijgestelde gebruik van het pand niet voor aftrek in aanmerking is gekomen.

De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend en de Hoge Raad stemt hiermee in.

De Hoge Raad merkt op dat de vrijgestelde verhuur van het pand is beëindigd en dat het pand niet aansluitend is verhuurd noch anderszins voor bedrijfsdoeleinden in gebruik geweest, terwijl het wel bestemd was om voor bedrijfsdoeleinden te worden gebruikt. Verder ligt in het feitencomplex besloten dat belastingplichtige niet het voornemen had het pand in de toekomst voor niet-belaste handelingen te gebruiken. Onder deze omstandigheden moet, naar redelijkerwijs niet voor twijfel vatbaar is, ervan worden uitgegaan dat vanaf het tijdstip van de beëindiging van de verhuur sprake is van (voorgenomen) gebruik voor belaste handelingen.

Voor meer informatie over deze uitspraak of overige fiscale aangelegenheden kunt u contact opnemen met Andy van der Mark (072 721 07 21 / andy@vandermark.com).

Direct contact

Klik hier voor de directe
contactgegevens

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het belangrijkste juridische en fiscale nieuws.
Naam   
E-mailadres   

Quickscan+

Speciaal voor de directeur- grootaandeelhouder is de QuickScan+ ontwikkeld. Lees meer »

Startup+ programma

Voor startende en expanderende ondernemingen is de Startup+ ontwikkeld. Lees meer »