Vandermark.com

Transacties met de eigen BV, het blijft oppassen geblazen



In de fiscale rechtspraak is er altijd veel te doen over transacties tussen de directeur groot aandeelhouder en de BV. Of het nu gaat om het sluiten van leningen bij de eigen BV of bijvoorbeeld vastgoedtransacties met de eigen BV, van belang is dat dit tegen zakelijke prijzen en onder zakelijke condities plaatsvindt. Is dit niet het geval, dan kan dit leiden tot onbedoelde fiscale heffingen.

Onlangs heeft de rechter uitspraak gedaan in een zaak tegen een vastgoedtycoon waarbij diverse varianten van onzakelijk handelen met de eigen BV’s werden geconstateerd.

Een belangrijk onderdeel willen wij hier graag uitlichten.

De casus

Belastingplichtige had vanuit privé aan zijn BV een obligatielening verkocht voor meer dan EUR 2 mio, terwijl deze naar de mening van de inspecteur op dat moment waardeloos was. Volgens de inspecteur was de belastingplichtige door zijn eigen BV bevoordeeld voor het gehele bedrag. Gebaseerd op de feiten volgde de rechter het standpunt van de inspecteur.

De BV die de obligatielening had gekocht had een zwaar negatief eigen vermogen, en de vervolgvraag was, of er dan wel sprake zou kunnen zijn van een verkapte winstuitdeling. Immers, juridisch is een winstuitdeling pas mogelijk bij een positief eigen vermogen van een BV.

Volgens de fiscale rechtspraak is een winstuitdeling toch mogelijk, indien bij de BV een vooruitzicht op toekomstige winsten zou bestaan op het moment waarop de uitdeling wordt gedaan. De inspecteur voerde aan dat de koop van de obligatielening en vervolgens de afwaardering daarvan een vooropgezet plan was om de afwaarderingsverliezen te verrekenen met toekomstige winsten. De inspecteur werd hierbij door de feiten geholpen, aangezien in aantal jaren later daadwerkelijk winst werd gemaakt.

De rechter was het met de inspecteur eens, dat uit de feiten kon worden afgeleid dat de belastingplichtige een zodanige zeggenschap in diverse vennootschappen had, dat hij het in zijn macht had om winsten op een gewenste plaats te laten neerslaan, waarmee het verband tussen de winstuitdeling, en de winst jaren later gegeven was.

Onze reactie

1. In de casus maakte de belastingplichtige het wel erg bont door een obligatielening die waardeloos was voor meer dan EUR 2 mio te verkopen, maar er zijn natuurlijk subtielere transacties denkbaar. Het is altijd van essentieel belang om voorafgaande aan een transactie met de eigen BV (of ook tussen BV’s onderling) een analyse te maken van de juiste prijsstelling en dit ook goed vast te leggen.

2. Zoals ook uit deze casus blijkt heeft de inspecteur het voordeel dat hij bij het bepalen van zijn standpunt over enig jaar kan analyseren wat er in latere jaren daadwerkelijk is gebeurd. In deze casus werd de verlieslatende BV in een later jaar winstgevend, en dat kon de inspecteur uitstekend gebruiken om toch een winstuitdeling te kunnen stellen in het jaar dat de BV een negatief eigen vermogen had.

Direct contact

Klik hier voor de directe
contactgegevens

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het belangrijkste juridische en fiscale nieuws.
Naam   
E-mailadres   

Quickscan+

Speciaal voor de directeur- grootaandeelhouder is de QuickScan+ ontwikkeld. Lees meer »

Startup+ programma

Voor startende en expanderende ondernemingen is de Startup+ ontwikkeld. Lees meer »